exponentieel
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op exponenten
- uit te drukken in exponenten
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| exponentieels | partitief, stellende trap |
| exponentieelst | onverbogen, overtreffende trap |
| exponentieelste | verbogen, overtreffende trap |
| exponentiële | verbogen, stellende trap |
| exponentiëler | onverbogen, vergrotende trap |
| exponentiëlere | verbogen, vergrotende trap |
| exponentiëlers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van exponent met het achtervoegsel -eel
Woordfamilie van exponentieel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exponentieels | partitive, positive | exponentieel |
| exponentieelst | uninflected, superlative | exponentieel |
| exponentieelste | inflected, superlative | exponentieel |
| exponentiële | verbogen vorm | exponentieel |
| exponentiëler | vergrotende trap | exponentieel |
| exponentiëlere | verbogen vergrotende trap | exponentieel |
| exponentiëlers | partitieve vergrotende trap | exponentieel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exponentieel zijn vastgelegd.