batterij
zelfstandig naamwoord bɑtə'rɛɪBetekenis
- een elektrotechnische component waarin elektrische energie kan worden opgeslagen
- een opstelling van zware wapens op het slagveld
- een situatie waarin twee stukken elkaar verdedigen
- een plek waar op grote schaal kippen worden gehuisvest
- een groot aantal
Hoe spreek je batterij uit?
/bɑtəˈrɛi/
Batterij bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| batterijen | meervoud |
| batterijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| batterijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘artillerieafdeling’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van batterij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| batterijen | meervoud | batterij |
| batterijtje | verkleinwoord | batterij |
| batterijtjes | verkleinwoord meervoud | batterij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van batterij zijn vastgelegd.