accu
zelfstandig naamwoord ˈɑkyBetekenis
- een toestel om elektriciteit op te slaan
Hoe spreek je accu uit?
/ˈɑky/
Accu bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| y | fuut |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een toestel ('batterij') om elektriciteit op te slaan
- de geestelijke / lichamelijke reserves van een persoon figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accu's | meervoud |
| accuutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accuutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘energiereservoir’ voor het eerst aangetroffen in 1919
Woordfamilie van accu
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accu's | meervoud | accu |
| accuutje | verkleinwoord | accu |
| accuutjes | verkleinwoord meervoud | accu |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accu zijn vastgelegd.