bobijnen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- kant klossen
Vervoeging van bobijnen
bobijnenhele werkwoord — bobijndeverleden tijd enkelvoud — bobijndenverleden tijd meervoud — gebobijndvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bobijn | bobijnde |
| jij | bobijnt | bobijnde |
| hij, zij, het | bobijnt | bobijnde |
| wij | bobijnen | bobijnden |
| jullie | bobijnen | bobijnden |
| zij | bobijnen | bobijnden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bobijn | gebiedende wijs |
| bobijnde | verleden tijd |
| bobijne | aanvoegende wijs |
| bobijnend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebobijnd | verleden tijd, deelwoord |
| gebobijnd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebobijnd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebobijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebobijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebobijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebobijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebobijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebobijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebobijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebobijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebobijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bobijnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebobijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bobijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebobijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bobijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bobijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebobijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bobijn
Herkomst
van het Franse bobine (spoel)
Woordfamilie van bobijnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bobijnde | verleden tijd | bobijnen |
| bobijnden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bobijnen |
| bobijne | aanvoegende wijs | bobijnen |
| bobijnend | onvoltooid deelwoord | bobijnen |
| bobijnende | woordvorm | bobijnen |
| bobijnt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bobijnen |
| gebobijnd | voltooid deelwoord | bobijnen |
| gebobijnde | woordvorm | bobijnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bobijnen zijn vastgelegd.