best
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord bɛstBetekenis
- goed
- vriendelijke aanhef van brief of toespraak
- als bevestiging dat iets goed is om te doen
- tamelijk
- zo goed mogelijk
- beest, apaat, ondier
- kreng, loeter
Hoe spreek je best uit?
/bɛst/
Best bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
bijvoeglijk naamwoord
- vriendelijke aanhef van bijv. brief of toespraak (iets minder formeel dan geachte); ook wel ironisch gebruikt, dan juist als blijk van belediging of minachting
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van goed
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van goed
zelfstandig naamwoord — neuter
- een perfecte toestand
- oude vrouw
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands best van Oudnederlands bezzest / betist, als overtreffende trap van ‘bet’ aangetroffen vanaf 1100 en gebruikt als overtreffende trap van ‘goed’ vanaf 1236