amendement
zelfstandig naamwoord /ˌamɑndəˈmɛnt/Betekenis
- voorstel om een vast te stellen tekst te veranderen
- wijzigingsvoorstel van een volksvertegenwoordiging op een voorstel van de uitvoerende macht
- wijziging, verbetering
Hoe spreek je amendement uit?
/ˌamɑndəˈmɛnt/
Amendement bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- wijzigingsvoorstel van een volksvertegenwoordiging
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| amendementen | meervoud |
| amendementje | verkleinwoord, enkelvoud |
| amendementjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wijzigingsvoorstel’ voor het eerst aangetroffen in 1849
Woordfamilie van amendement
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amendementen | meervoud | amendement |
| amendementje | verkleinwoord | amendement |
| amendementjes | verkleinwoord meervoud | amendement |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amendement zijn vastgelegd.