referent
zelfstandig naamwoord refəˈrɛntBetekenis
- iemand die een referaat houdt, iemand die een inleiding houdt
- deskundige
- iemand waarnaar je kunt verwijzen voor meer informatie (met name als het gaat om informatie over jezelf)
- het mentale concept of materiële voorwerp waarna je met taal kunt verwijzen (refereren)
- dat waarnaar een verwijswoord verwijst
Hoe spreek je referent uit?
/refəˈrɛnt/
Referent bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| f | fiets |
| ə | de |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- mentaal concept of materieel voorwerp waarnaar je met taal kunt verwijzen (refereren)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1] ref. | |
| referenten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘die een referaat houdt’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van referent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| referenten | meervoud | referent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van referent zijn vastgelegd.