precedent
zelfstandig naamwoord /presəˈdɛnt/Betekenis
- een gebeurtenis of voorbeeld van vroeger waarop men zich kan beroepen als een nieuw dergelijk geval zich voordoet om er hetzelfde gevolg aan te geven
- (procesrecht) bestaande rechterlijke uitspraak die als uitgangspunt dient voor een te nemen rechterlijke beslissing van een vergelijkbaar geschil
Hoe spreek je precedent uit?
/presəˈdɛnt/
Precedent bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| e | veel |
| s | sok |
| ə | de |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bestaande rechterlijke uitspraak die als uitgangspunt dient voor een te nemen rechterlijke beslissing van een vergelijkbaar geschil
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| precedenten | meervoud |
| precedentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| precedentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘eerder plaatsgevonden hebbend geval’ voor het eerst aangetroffen in 1503.
Woordfamilie van precedent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| precedenten | meervoud | precedent |
| precedentje | verkleinwoord | precedent |
| precedentjes | verkleinwoord meervoud | precedent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van precedent zijn vastgelegd.