lopen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlopə(n)Betekenis
- (Noord-Nederlands) stappen, gaan, wandelen
- (Zuid-Nederlands) rennen
- (Noord-Nederlands) stappen, gaan
- voortgang maken
- vloeien of stromen
- ~ te: duratief hulpwerkwoord, iets doen terwijl men loopt
- In Nederland heeft dit woord de connotatie van stappen of gaan. Voor zich snel verplaatsen met de benen gebruikt men eerder rennen.
- In België heeft dit woord de connotatie van rennen. Voor zich traag voortbewegen met de benen gebruikt men eerder gaan of stappen.
- 7 In samengestelde tijden vervalt te.
Hoe spreek je lopen uit?
/ˈlopən/
Lopen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- stappen, gaan, wandelen ergative
- rennen ergative
- stappen, gaan unergative
- grammaticaal in orde zijn
Vervoeging van lopen
lopenhele werkwoord — liepverleden tijd enkelvoud — liepenverleden tijd meervoud — gelopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loop | liep |
| jij | loopt | liep |
| hij, zij, het | loopt | liep |
| wij | lopen | liepen |
| jullie | lopen | liepen |
| zij | lopen | liepen |
Alle 96 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelopen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelopen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelopen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelopen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelopen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelopen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelopen | verleden tijd, deelwoord |
| gelopen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelopen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelopen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelopen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| liep | verleden tijd |
| loop | gebiedende wijs |
| lope | aanvoegende wijs |
| lopend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord loop
Herkomst
In de betekenis van ‘gaan’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van lopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelopen | voltooid deelwoord | lopen |
| liep | verleden tijd | lopen |
| liepen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lopen |
| liept | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | lopen |
| loopen | woordvorm | lopen |
| loopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lopen |
| lope | aanvoegende wijs | lopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lopen zijn vastgelegd.