draven
werkwoordBetekenis
- (van paarden) in draf gaan
- hard lopen
werkwoord
- in draf gaan
Vervoeging van draven
dravenhele werkwoord — draafdeverleden tijd enkelvoud — draafdenverleden tijd meervoud — gedraafdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draaf | draafde |
| jij | draaft | draafde |
| hij, zij, het | draaft | draafde |
| wij | draven | draafden |
| jullie | draven | draafden |
| zij | draven | draafden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| draaf | gebiedende wijs |
| draafde | verleden tijd |
| drave | aanvoegende wijs |
| dravend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedraafd | verleden tijd, deelwoord |
| gedraafd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedraafd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedraafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedraafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedraafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedraafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedraafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedraafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedraafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedraafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te draven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedraafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen draven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt draven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen draven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult draven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘rennen’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van draven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draaf | gebiedende wijs | draven |
| draafde | verleden tijd | draven |
| draafden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | draven |
| draaft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | draven |
| drave | aanvoegende wijs | draven |
| dravend | onvoltooid deelwoord | draven |
| dravende | woordvorm | draven |
| gedraafd | voltooid deelwoord | draven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van draven zijn vastgelegd.