Naar de inhoud

draven

(van paarden) in draf gaan

draven

werkwoord

Betekenis

  1. (van paarden) in draf gaan
  2. hard lopen

werkwoord

  1. in draf gaan

Vervoeging van draven

dravenhele werkwoord — draafdeverleden tijd enkelvoud — draafdenverleden tijd meervoud — gedraafdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik draaf draafde
jij draaft draafde
hij, zij, het draaft draafde
wij draven draafden
jullie draven draafden
zij draven draafden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
draaf gebiedende wijs
draafde verleden tijd
drave aanvoegende wijs
dravend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedraafd verleden tijd, deelwoord
gedraafd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedraafd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedraafd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedraafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedraafd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedraafd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedraafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedraafd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedraafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedraafd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedraafd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te draven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedraafd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen draven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt draven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen draven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult draven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedraafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘rennen’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Woordfamilie van draven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
draaf gebiedende wijs draven
draafde verleden tijd draven
draafden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon draven
draaft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon draven
drave aanvoegende wijs draven
dravend onvoltooid deelwoord draven
dravende woordvorm draven
gedraafd voltooid deelwoord draven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van draven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over draven

Wat is de betekenis van draven?
Draven is een werkwoord. De betekenis is: (van paarden) in draf gaan. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik draven?
Zo vervoeg je draven zo: de tegenwoordige tijd is draaf, de verleden tijd is draafde en het voltooid deelwoord is gedraafd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord draven is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

draven levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

draven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

draven in het kort

draven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van draven staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort draven bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

draven: (van paarden) in draf gaan
Deel draven — standaardnederlands.nl