Naar de inhoud

hopen

wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt

hopen is meer dan één woord

hopen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈɦoːpə(n)/

Betekenis

  1. wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt

Hoe spreek je hopen uit?

/ˈhopən/

Hopen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
o boot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hopen

hopenhele werkwoord — hoopteverleden tijd enkelvoud — hooptenverleden tijd meervoud — gehooptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hoop hoopte
jij hoopt hoopte
hij, zij, het hoopt hoopte
wij hopen hoopten
jullie hopen hoopten
zij hopen hoopten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gehoopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehoopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehoopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehoopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehoopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehoopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehoopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehoopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehoopt verleden tijd, deelwoord
gehoopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehoopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehoopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehoopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehoopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehoopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehoopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehoopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoop gebiedende wijs
hoopte verleden tijd
hope aanvoegende wijs
hopend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehoopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehoopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hoop

Herkomst

In de betekenis van ‘wensen, verwachten’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van hopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehoopt voltooid deelwoord hopen
gehoopte woordvorm hopen
hoopt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hopen
hoopte verleden tijd hopen
hoopten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hopen
hope aanvoegende wijs hopen
hopes meervoud hope

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hopen

Hoe spreek je hopen uit?
De uitspraak van hopen is: /ˈɦoːpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hopen?
Hopen is een werkwoord. Het woord betekent: wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt.
Hoe vervoeg je hopen?
Je vervoegt hopen als volgt: de tegenwoordige tijd is hoop, de verleden tijd is hoopte en het voltooid deelwoord is gehoopt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hopen?

Op hopen rijmen 35 woorden, onder andere lopen, verkopen en kopen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hopen, uitspraak ˈhopən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lopen 2
verkopen 3
kopen 2
open 2
afgelopen 4
bekopen 3
verlopen 3
slopen 2
overlopen 4
doorverkopen 4
tropen 2
ontlopen 3
nopen 2
onderlopen 4
hordelopen 4
bloeddoorlopen 4
overkopen 4
aangelopen 4
aangeslopen 4
boerenknopen 4
doorgelopen 4
geboortehoroscopen 7
gelopen 3
gesnopen 3
kinetoscopen 5
langeafstandslopen 6
mierenhopen 4
ontdopen 3
opgelopen 4
seismoscopen 4
seksbioscopen 5
stukgelopen 4
verzopen 3
weversknopen 4
zopen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hopen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. P 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hopen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. P 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 11 zonder bonus
  7. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hopen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hopen in het kort

hopen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van hopen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hopen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hopen: wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt
Deel hopen — standaardnederlands.nl