Naar de inhoud

drentelen

langzaam, aarzelend en doelloos rondlopen

drentelen

werkwoord

Betekenis

  1. langzaam, aarzelend en doelloos rondlopen

Vervoeging van drentelen

drentelenhele werkwoord — drenteldeverleden tijd enkelvoud — drenteldenverleden tijd meervoud — gedrenteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik drentel drentelde
jij drentelt drentelde
hij, zij, het drentelt drentelde
wij drentelen drentelden
jullie drentelen drentelden
zij drentelen drentelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
drentel gebiedende wijs
drentelde verleden tijd
drentele aanvoegende wijs
drentelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedrenteld verleden tijd, deelwoord
gedrenteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedrenteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedrenteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedrenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedrenteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedrenteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedrenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedrenteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedrenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedrenteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedrenteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te drentelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedrenteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen drentelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt drentelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedrenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen drentelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult drentelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedrenteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zonder doel rondlopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1678

Woordfamilie van drentelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
drentel gebiedende wijs drentelen
drentelde verleden tijd drentelen
drentelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon drentelen
drentele aanvoegende wijs drentelen
drentelend onvoltooid deelwoord drentelen
drentelende woordvorm drentelen
drentelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon drentelen
gedrenteld voltooid deelwoord drentelen
gedrentelde woordvorm drentelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drentelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over drentelen

Wat is de betekenis van drentelen?
Drentelen is een werkwoord. De betekenis is: langzaam, aarzelend en doelloos rondlopen.
Hoe vervoeg ik drentelen?
Zo vervoeg je drentelen zo: de tegenwoordige tijd is drentel, de verleden tijd is drentelde en het voltooid deelwoord is gedrenteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord drentelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

drentelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

drentelen in het kort

drentelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van drentelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort drentelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

drentelen: langzaam, aarzelend en doelloos rondlopen
Deel drentelen — standaardnederlands.nl