kuieren
werkwoordBetekenis
- op zijn gemak, zonder haast of vast doel lopen of wandelen
- op zijn gemak, zonder haast ergens heen lopen of wandelen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van kuieren
kuierenhele werkwoord — kuierdeverleden tijd enkelvoud — kuierdenverleden tijd meervoud — gekuierdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kuier | kuierde |
| jij | kuiert | kuierde |
| hij, zij, het | kuiert | kuierde |
| wij | kuieren | kuierden |
| jullie | kuieren | kuierden |
| zij | kuieren | kuierden |
Alle 28 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekuierd | verleden tijd, deelwoord |
| gekuierd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekuierd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gekuierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| kuier | gebiedende wijs |
| kuierde | verleden tijd |
| kuiere | aanvoegende wijs |
| kuierend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn gekuierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kuieren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kuieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekuierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen kuieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult kuieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘op zijn gemak lopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1480
Woordfamilie van kuieren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekuierd | voltooid deelwoord | kuieren |
| gekuierde | woordvorm | kuieren |
| kuier | gebiedende wijs | kuieren |
| kuierde | verleden tijd | kuieren |
| kuierden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kuieren |
| kuiere | aanvoegende wijs | kuieren |
| kuierend | onvoltooid deelwoord | kuieren |
| kuierende | woordvorm | kuieren |
| kuiert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kuieren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuieren zijn vastgelegd.