open
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord /ˈoː.pə(n)/Betekenis
- niet gesloten
- iedereen mag naar binnen, toegankelijk, openbaar
- niet bezet, beschikbaar
- zonder een beslist einde
- een vraag waar je geen ja of nee op kunt antwoorden is een open vraag
- iemand die weinig geheim houdt is een open persoon, mededeelzaam, openhartig
- iemand die geen leugens vertelt eerlijk, oprecht, recht door zee
- open
- openen
- schrijfwijze voor oven: oven
- aandachtig, zorgvuldig
Hoe spreek je open uit?
/ˈopən/
Open bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- zonder overdekking
- zonder beperking of verbod; vrij
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opens | partitief, stellende trap |
bijwoord
- op open wijze
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen
- gebiedende wijs van openen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen
Vervoeging van open
openhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands van Oudnederlands opan, in de betekenis van ‘toegankelijk’ aangetroffen vanaf 1100
Woordfamilie van open
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opens | partitive, positive | open |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van open zijn vastgelegd.