schrijden
werkwoord ˈsxrɛidə(n)Betekenis
- bedachtzaam en statig lopen
Hoe spreek je schrijden uit?
/ˈsxrɛidən/
Schrijden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van schrijden
schrijdenhele werkwoord — schreedverleden tijd enkelvoud — schredenverleden tijd meervoud — geschredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrijd | schreed |
| jij | schrijdt | schreed |
| hij, zij, het | schrijdt | schreed |
| wij | schrijden | schreden |
| jullie | schrijden | schreden |
| zij | schrijden | schreden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geschreden | verleden tijd, deelwoord |
| geschreden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschreden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schreed | verleden tijd |
| schrijd | gebiedende wijs |
| schrijde | aanvoegende wijs |
| schrijdend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geschreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schrijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschreden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘waardig lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Woordfamilie van schrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschreden | voltooid deelwoord | schrijden |
| schreed | verleden tijd | schrijden |
| schrijd | gebiedende wijs | schrijden |
| schrijde | aanvoegende wijs | schrijden |
| schrijdend | onvoltooid deelwoord | schrijden |
| schrijdende | woordvorm | schrijden |
| schrijdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrijden zijn vastgelegd.