nopen
werkwoord /ˈnoːpə(n)/Betekenis
- noodzakelijk maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je nopen uit?
/ˈnopən/
Nopen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van nopen
nopenhele werkwoord — noopteverleden tijd enkelvoud — nooptenverleden tijd meervoud — genooptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | noop | noopte |
| jij | noopt | noopte |
| hij, zij, het | noopt | noopte |
| wij | nopen | noopten |
| jullie | nopen | noopten |
| zij | nopen | noopten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| genoopt | verleden tijd, deelwoord |
| genoopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genoopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genoopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| noop | gebiedende wijs |
| noopte | verleden tijd |
| nope | aanvoegende wijs |
| nopend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genoopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands nopen; in de betekenis van ‘dwingen’ aangetroffen vanaf 1260
Woordfamilie van nopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genoopt | voltooid deelwoord | nopen |
| genoopte | woordvorm | nopen |
| noop | gebiedende wijs | nopen |
| noopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nopen |
| noopte | verleden tijd | nopen |
| noopten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nopen |
| nopend | onvoltooid deelwoord | nopen |
| nopende | woordvorm | nopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nopen zijn vastgelegd.