afgelopen
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈɑfxəˌlopə(n)Betekenis
- beëindigd
Hoe spreek je afgelopen uit?
/ˈɑfxəˌlopən/
Afgelopen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- beëindigd, wat voorbij is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afgelopens | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van aflopen
Vervoeging van afgelopen
afgelopenhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van aflopen: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van af bw en gelopen ww
Woordfamilie van afgelopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgelopens | partitive, positive | afgelopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afgelopen zijn vastgelegd.