Naar de inhoud

dribbelen

met kleine passen lopen

dribbelen

werkwoord /drɪbələ(n)/

Betekenis

  1. met kleine passen lopen
  2. met de bal aan de voet over het veld heen lopen of rennen

Hoe spreek je dribbelen uit?

/drɪbələn/

Dribbelen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /drɪbələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
r rood
ɪ pit
b bak
ə de
l land
n nek

Vervoeging van dribbelen

dribbelenhele werkwoord — dribbeldeverleden tijd enkelvoud — dribbeldenverleden tijd meervoud — gedribbeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dribbel dribbelde
jij dribbelt dribbelde
hij, zij, het dribbelt dribbelde
wij dribbelen dribbelden
jullie dribbelen dribbelden
zij dribbelen dribbelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dribbel gebiedende wijs
dribbelde verleden tijd
dribbele aanvoegende wijs
dribbelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedribbeld verleden tijd, deelwoord
gedribbeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedribbeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedribbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedribbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedribbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedribbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedribbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedribbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedribbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedribbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedribbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dribbelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedribbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dribbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedribbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dribbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dribbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedribbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘met kleine passen lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1412

Woordfamilie van dribbelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dribbelde verleden tijd dribbelen
dribbelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dribbelen
dribbele aanvoegende wijs dribbelen
dribbelend onvoltooid deelwoord dribbelen
dribbelende woordvorm dribbelen
dribbelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dribbelen
gedribbeld voltooid deelwoord dribbelen
gedribbelde woordvorm dribbelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dribbelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over dribbelen

Hoe spreek ik dribbelen uit?
Zo spreek je dribbelen uit: /drɪbələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van dribbelen?
Dribbelen is een werkwoord. De betekenis is: met kleine passen lopen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dribbelen?
Zo vervoeg je dribbelen zo: de tegenwoordige tijd is dribbel, de verleden tijd is dribbelde en het voltooid deelwoord is gedribbeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dribbelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. I 1
  4. B 3
  5. B 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dribbelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. I 2
  4. B 4
  5. B 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dribbelen in het kort

dribbelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dribbelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dribbelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dribbelen: met kleine passen lopen
Deel dribbelen — standaardnederlands.nl