looprek
zelfstandig naamwoord ˈloprɛkBetekenis
- hulpmiddel bij het lopen in de vorm van een licht toestel op poten tijdens het lopen ondersteuning geeft
- ruimte omringd door een hekje met spijlen waarbinnen een baby kan spelen en leren lopen
Hoe spreek je looprek uit?
/ˈloprɛk/
Looprek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| looprekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| looprekjes | verkleinwoord, meervoud |
| looprekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van loop ww en rek zn
Woordfamilie van looprek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| looprekje | verkleinwoord | looprek |
| looprekjes | verkleinwoord meervoud | looprek |
| looprekken | meervoud | looprek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van looprek zijn vastgelegd.