verkopen
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈkopə(n)Betekenis
- goederen tegen betaling aan een nieuwe eigenaar geven
- iemand slaan
Hoe spreek je verkopen uit?
/vərˈkopən/
Verkopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iets geloofwaardig maken ditransitive, figuratively
Vervoeging van verkopen
verkopenhele werkwoord — verkochtverleden tijd enkelvoud — verkochtenverleden tijd meervoud — verkochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkoop | verkocht |
| jij | verkoopt | verkocht |
| hij, zij, het | verkoopt | verkocht |
| wij | verkopen | verkochten |
| jullie | verkopen | verkochten |
| zij | verkopen | verkochten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkocht | verleden tijd |
| verkocht | verleden tijd, deelwoord |
| verkocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkoop | gebiedende wijs |
| verkope | aanvoegende wijs |
| verkopend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verkoop
Herkomst
afgeleid van kopen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verkopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkocht | verleden tijd | verkopen |
| verkochten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkopen |
| verkoopen | woordvorm | verkopen |
| verkoopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkopen |
| verkope | aanvoegende wijs | verkopen |
| verkopend | onvoltooid deelwoord | verkopen |
| verkopende | woordvorm | verkopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkopen zijn vastgelegd.