Naar de inhoud

kopen

in ruil voor geld iets in bezit krijgen

kopen is meer dan één woord

kopen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkopə(n)

Betekenis

  1. in ruil voor geld iets in bezit krijgen

Hoe spreek je kopen uit?

/ˈkopən/

Kopen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
o boot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kopen

kopenhele werkwoord — kochtverleden tijd enkelvoud — kochtenverleden tijd meervoud — gekochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koop kocht
jij koopt kocht
hij, zij, het koopt kocht
wij kopen kochten
jullie kopen kochten
zij kopen kochten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekocht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekocht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekocht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekocht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekocht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekocht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekocht verleden tijd, deelwoord
gekocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kocht verleden tijd
koop gebiedende wijs
kope aanvoegende wijs
kopend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord koop

Herkomst

erfwoord via Middelnederlands copen van Oudnederlands kopon, in de betekenis van ‘door betaling verwerven’ aangetroffen vanaf 1151-1200; dit gaat via het Germaans terug op Latijn caupo "handelaar, kroegbaas"

Woordfamilie van kopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kocht verleden tijd kopen
kochten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kopen
koopen woordvorm kopen
koopt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kopen
kope aanvoegende wijs kopen
kopend onvoltooid deelwoord kopen
kopende woordvorm kopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kopen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kopen

Hoe spreek ik kopen uit?
Zo spreek je kopen uit: /ˈkopə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kopen?
Kopen is een werkwoord. De betekenis is: in ruil voor geld iets in bezit krijgen.
Hoe vervoeg ik kopen?
Zo vervoeg je kopen zo: de tegenwoordige tijd is koop, de verleden tijd is kocht en het voltooid deelwoord is gekocht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kopen?

Op kopen rijmen 35 woorden, onder andere lopen, verkopen en hopen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kopen, uitspraak ˈkopən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lopen 2
verkopen 3
hopen 2
open 2
afgelopen 4
bekopen 3
verlopen 3
slopen 2
overlopen 4
doorverkopen 4
tropen 2
ontlopen 3
nopen 2
onderlopen 4
hordelopen 4
bloeddoorlopen 4
overkopen 4
aangelopen 4
aangeslopen 4
boerenknopen 4
doorgelopen 4
geboortehoroscopen 7
gelopen 3
gesnopen 3
kinetoscopen 5
langeafstandslopen 6
mierenhopen 4
ontdopen 3
opgelopen 4
seismoscopen 4
seksbioscopen 5
stukgelopen 4
verzopen 3
weversknopen 4
zopen 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kopen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. P 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kopen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. P 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kopen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kopen in het kort

kopen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van kopen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kopen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kopen: in ruil voor geld iets in bezit krijgen
Deel kopen — standaardnederlands.nl