Naar de inhoud

slopen

een structuur ontmantelen, afbreken

slopen is meer dan één woord

slopen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈslopə(n)

Betekenis

  1. een structuur ontmantelen, afbreken
  2. fysiek uitputten

Hoe spreek je slopen uit?

/ˈslopən/

Slopen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
o boot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van slopen

slopenhele werkwoord — sloopteverleden tijd enkelvoud — slooptenverleden tijd meervoud — geslooptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sloop sloopte
jij sloopt sloopte
hij, zij, het sloopt sloopte
wij slopen sloopten
jullie slopen sloopten
zij slopen sloopten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesloopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesloopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesloopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesloopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesloopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesloopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesloopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesloopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesloopt verleden tijd, deelwoord
gesloopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesloopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesloopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesloopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesloopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesloopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesloopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloop gebiedende wijs
sloopte verleden tijd
slope aanvoegende wijs
slopend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesloopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van sluipen

Vervoeging van slopen

slopenhele werkwoord — sloopteverleden tijd enkelvoud — slooptenverleden tijd meervoud — geslooptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sloop sloopte
jij sloopt sloopte
hij, zij, het sloopt sloopte
wij slopen sloopten
jullie slopen sloopten
zij slopen sloopten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesloopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesloopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesloopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesloopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesloopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesloopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesloopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesloopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesloopt verleden tijd, deelwoord
gesloopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesloopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesloopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesloopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesloopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesloopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesloopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloop gebiedende wijs
sloopte verleden tijd
slope aanvoegende wijs
slopend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesloopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesloopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesloopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesloopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesloopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesloopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesloopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesloopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesloopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesloopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesloopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesloopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord sloop

Herkomst

In de betekenis van ‘afbreken’ voor het eerst aangetroffen in 1377

Woordfamilie van slopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sloopt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon slopen
sloopte verleden tijd slopen
sloopten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slopen
slope aanvoegende wijs slopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slopen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over slopen

Hoe spreek ik slopen uit?
Zo spreek je slopen uit: /ˈslopə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van slopen?
Slopen is een werkwoord. De betekenis is: een structuur ontmantelen, afbreken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik slopen?
Zo vervoeg je slopen zo: de tegenwoordige tijd is sloop, de verleden tijd is sloopte en het voltooid deelwoord is gesloopt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op slopen?

In dit woordenboek rijmen 35 woorden op -open op slopen, zoals lopen, verkopen en kopen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op slopen, uitspraak ˈslopən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lopen 2
verkopen 3
kopen 2
hopen 2
open 2
afgelopen 4
bekopen 3
verlopen 3
overlopen 4
doorverkopen 4
tropen 2
ontlopen 3
nopen 2
onderlopen 4
hordelopen 4
bloeddoorlopen 4
overkopen 4
aangelopen 4
aangeslopen 4
boerenknopen 4
doorgelopen 4
geboortehoroscopen 7
gelopen 3
gesnopen 3
kinetoscopen 5
langeafstandslopen 6
mierenhopen 4
ontdopen 3
opgelopen 4
seismoscopen 4
seksbioscopen 5
stukgelopen 4
verzopen 3
weversknopen 4
zopen 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slopen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. O 1
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slopen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. O 1
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slopen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

slopen in het kort

slopen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van slopen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slopen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slopen: een structuur ontmantelen, afbreken
Deel slopen — standaardnederlands.nl