Naar de inhoud

laveren

bij tegenwind zigzagswijze opzeilen

laveren

werkwoord

Betekenis

  1. bij tegenwind zigzagswijze opzeilen
  2. zigzagswijze ergens heengaan
  3. wassen van een schilderij of tekening waardoor een bewuste menging van de kleuren optreedt
  4. schipperen, moeilijkheden omzeilen

werkwoord

  1. bij tegenwind zigzagsgewijs opzeilen unergative
  2. zigzagsgewijs ergens heengaan ergative
  3. wassen van een schilderij of tekening, waardoor de kleuren doelbewust worden gemengd
  4. bepaalde dilemma's of moeilijkheden trachten te omzeilen door het ene belang af te wegen tegen het andere, schipperen [2] figuratively

Vervoeging van laveren

laverenhele werkwoord — laveerdeverleden tijd enkelvoud — laveerdenverleden tijd meervoud — gelaveerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laveer laveerde
jij laveert laveerde
hij, zij, het laveert laveerde
wij laveren laveerden
jullie laveren laveerden
zij laveren laveerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelaveerd verleden tijd, deelwoord
gelaveerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelaveerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelaveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelaveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelaveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelaveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelaveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelaveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelaveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelaveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelaveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laveer gebiedende wijs
laveerde verleden tijd
lavere aanvoegende wijs
laverend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelaveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te laveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen laveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelaveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt laveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen laveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelaveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult laveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘telkens aan de wind overstag gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1384

Woordfamilie van laveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelaveerd voltooid deelwoord laveren
gelaveerde woordvorm laveren
laveer gebiedende wijs laveren
laveerde verleden tijd laveren
laveerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon laveren
laveert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon laveren
lavere aanvoegende wijs laveren
laverend onvoltooid deelwoord laveren
laverende woordvorm laveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laveren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over laveren

Wat is de betekenis van laveren?
Laveren is een werkwoord. De betekenis is: bij tegenwind zigzagswijze opzeilen. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik laveren?
Zo vervoeg je laveren zo: de tegenwoordige tijd is laveer, de verleden tijd is laveerde en het voltooid deelwoord is gelaveerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord laveren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

laveren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

laveren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

laveren in het kort

laveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van laveren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort laveren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

laveren: bij tegenwind zigzagswijze opzeilen
Deel laveren — standaardnederlands.nl