hollen
werkwoord ˈhɔlə(n)Betekenis
- zeer snel lopen (gericht)
- zeer snel lopen (ongericht)
- hol maken, uithollen
Hoe spreek je hollen uit?
/ˈhɔlən/
Hollen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van hollen
hollenhele werkwoord — holdeverleden tijd enkelvoud — holdenverleden tijd meervoud — geholdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hol | holde |
| jij | holt | holde |
| hij, zij, het | holt | holde |
| wij | hollen | holden |
| jullie | hollen | holden |
| zij | hollen | holden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gehold | verleden tijd, deelwoord |
| gehold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hol | gebiedende wijs |
| holde | verleden tijd |
| holle | aanvoegende wijs |
| hollend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gehold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘rennen’ voor het eerst aangetroffen in 1484
Woordfamilie van hollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehold | voltooid deelwoord | hollen |
| geholde | woordvorm | hollen |
| holde | verleden tijd | hollen |
| holden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hollen zijn vastgelegd.