Naar de inhoud

bekopen

iets ~ met een prijs ergens voor betalen

bekopen

werkwoord /bəˈkopə(n)/

Betekenis

  1. iets ~ met een prijs ergens voor betalen

Hoe spreek je bekopen uit?

/bəˈkopən/

Bekopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈkopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
k kat
o boot
p pak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets ~ met een hoge prijs ergens voor betalen, vooral in figuurlijke zin transitive

Vervoeging van bekopen

bekopenhele werkwoord — bekochtverleden tijd enkelvoud — bekochtenverleden tijd meervoud — bekochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekoop bekocht
jij bekoopt bekocht
hij, zij, het bekoopt bekocht
wij bekopen bekochten
jullie bekopen bekochten
zij bekopen bekochten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bekocht verleden tijd
bekocht verleden tijd, deelwoord
bekocht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekocht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekocht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekocht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekocht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekocht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekocht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekocht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekoop gebiedende wijs
bekope aanvoegende wijs
bekopend onvoltooid, deelwoord
ben bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bekocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bekocht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bekocht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bekocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bekocht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bekocht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bekocht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bekocht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bekocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bekocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekocht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekocht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van kopen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bekopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekochten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bekopen
bekoop gebiedende wijs bekopen
bekoopt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bekopen
bekope aanvoegende wijs bekopen
bekopend onvoltooid deelwoord bekopen
bekopende woordvorm bekopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bekopen

Hoe spreek je bekopen uit?
De uitspraak van bekopen is: /bəˈkopə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bekopen?
Bekopen is een werkwoord. Het woord betekent: iets ~ met een prijs ergens voor betalen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bekopen?
Je vervoegt bekopen als volgt: de tegenwoordige tijd is bekoop, de verleden tijd is bekocht en het voltooid deelwoord is bekocht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bekopen?

Er staan 35 woorden in dit woordenboek die op bekopen rijmen, waaronder lopen, verkopen en kopen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bekopen, uitspraak bəˈkopən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lopen 2
verkopen 3
kopen 2
hopen 2
open 2
afgelopen 4
verlopen 3
slopen 2
overlopen 4
doorverkopen 4
tropen 2
ontlopen 3
nopen 2
onderlopen 4
hordelopen 4
bloeddoorlopen 4
overkopen 4
aangelopen 4
aangeslopen 4
boerenknopen 4
doorgelopen 4
geboortehoroscopen 7
gelopen 3
gesnopen 3
kinetoscopen 5
langeafstandslopen 6
mierenhopen 4
ontdopen 3
opgelopen 4
seismoscopen 4
seksbioscopen 5
stukgelopen 4
verzopen 3
weversknopen 4
zopen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bekopen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bekopen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bekopen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bekopen in het kort

bekopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bekopen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bekopen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bekopen: iets ~ met een prijs ergens voor betalen
Deel bekopen — standaardnederlands.nl