Naar de inhoud

onderlopen

zich vullen met water

onderlopen

werkwoord ˈɔndərˌlopə(n)

Betekenis

  1. zich vullen met water

Hoe spreek je onderlopen uit?

/ˈɔndərˌlopən/

Onderlopen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔndərˌlopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
d dak
ə de
r rood
l land
o boot
p pak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van onderlopen

onderlopenhele werkwoord — liep onderverleden tijd enkelvoud — liepen onderverleden tijd meervoud — ondergelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop onder liep onder
jij loopt onder liep onder
hij, zij, het loopt onder liep onder
wij lopen onder liepen onder
jullie lopen onder liepen onder
zij lopen onder liepen onder
Alle 197 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] ónderlopen canonical
ben ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onderlopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onderlopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onderlopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onderlopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onderlopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onderlopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onderlopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onderlopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderlopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep onder verleden tijd
loop onder gebiedende wijs
onder te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onder te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onder zal lopen bijzin, toekomende tijd
onder zou lopen bijzin, voorwaardelijk
onder zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
onder zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
onder zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onder zullen lopen bijzin, toekomende tijd
onder zult lopen bijzin, toekomende tijd
ondergelopen verleden tijd, deelwoord
ondergelopen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergelopen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderliep bijzin, verleden tijd
onderliepen bijzin, verleden tijd
onderliept bijzin, verleden tijd
onderloop gebiedende wijs
onderloop bijzin, tegenwoordige tijd
onderloopt bijzin, tegenwoordige tijd
onderlope aanvoegende wijs
onderlopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderlopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderlopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderlopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderlopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderlopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderlopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderlopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlopend onvoltooid, deelwoord
te hebben onderlopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onderlopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ondergelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ondergelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ondergelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ondergelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ondergelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ondergelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ondergelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ondergelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderlopen bijzin, toekomende tijd
zal onderlopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderlopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onderlopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onderlopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderlopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ondergelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijt onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ondergelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderlopen bijzin, voorwaardelijk
zou onderlopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderlopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderlopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderlopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

werkwoord

  1. inhalen, achterhalen, meest hardlopend obsolete, transitive
  2. verstoren, verhinderen# voltooid deelwoord van onderlopen obsolete, transitive

Vervoeging van onderlopen

onderlopenhele werkwoord — liep onderverleden tijd enkelvoud — liepen onderverleden tijd meervoud — ondergelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop onder liep onder
jij loopt onder liep onder
hij, zij, het loopt onder liep onder
wij lopen onder liepen onder
jullie lopen onder liepen onder
zij lopen onder liepen onder
Alle 198 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onderlopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onderlopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onderlopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onderlopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onderlopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onderlopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onderlopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onderlopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderlopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
loop onder gebiedende wijs
onder te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onder te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onder zal lopen bijzin, toekomende tijd
onder zou lopen bijzin, voorwaardelijk
onder zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
onder zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
onder zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onder zullen lopen bijzin, toekomende tijd
onder zult lopen bijzin, toekomende tijd
ondergelopen verleden tijd, deelwoord
ondergelopen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergelopen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderliep verleden tijd
onderliep bijzin, verleden tijd
onderliepen bijzin, verleden tijd
onderliept bijzin, verleden tijd
onderloop gebiedende wijs
onderloop bijzin, tegenwoordige tijd
onderloopt bijzin, tegenwoordige tijd
onderlope aanvoegende wijs
onderlopen verleden tijd, deelwoord
onderlopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderlopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderlopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderlopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderlopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderlopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderlopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderlopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlopend onvoltooid, deelwoord
onderlópen canonical
te hebben onderlopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onderlopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ondergelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ondergelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ondergelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ondergelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ondergelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ondergelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onderlopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onderlopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onderlopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onderlopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onderlopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ondergelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ondergelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderlopen bijzin, toekomende tijd
zal onderlopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderlopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onderlopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onderlopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderlopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ondergelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ondergelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijt onderlopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ondergelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderlopen bijzin, voorwaardelijk
zou onderlopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderlopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderlopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onderlopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon

Woordfamilie van onderlopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
liep onder verleden tijd onderlopen
liepen onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onderlopen
loop onder gebiedende wijs onderlopen
loopt onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onderlopen
lope onder woordvorm onderlopen
lopen onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon onderlopen
ondergelopen voltooid deelwoord onderlopen
onderliep subordinate-clause, verleden tijd onderlopen
onderliepen subordinate-clause, verleden tijd onderlopen
onderloop subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderlopen
onderloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderlopen
onderlope aanvoegende wijs onderlopen
onderlopend onvoltooid deelwoord onderlopen
onderlopende woordvorm onderlopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderlopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over onderlopen

Hoe spreek je onderlopen uit?
De uitspraak van onderlopen is: /ˈɔndərˌlopə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent onderlopen?
Onderlopen is een werkwoord. Het woord betekent: zich vullen met water. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je onderlopen?
Je vervoegt onderlopen als volgt: de tegenwoordige tijd is onderloop, de verleden tijd is onderliep en het voltooid deelwoord is ondergelopen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op onderlopen?

In dit woordenboek rijmen 35 woorden op -open op onderlopen, zoals lopen, verkopen en kopen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op onderlopen, uitspraak ˈɔndərˌlopən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lopen 2
verkopen 3
kopen 2
hopen 2
open 2
afgelopen 4
bekopen 3
verlopen 3
slopen 2
overlopen 4
doorverkopen 4
tropen 2
ontlopen 3
nopen 2
hordelopen 4
bloeddoorlopen 4
overkopen 4
aangelopen 4
aangeslopen 4
boerenknopen 4
doorgelopen 4
geboortehoroscopen 7
gelopen 3
gesnopen 3
kinetoscopen 5
langeafstandslopen 6
mierenhopen 4
ontdopen 3
opgelopen 4
seismoscopen 4
seksbioscopen 5
stukgelopen 4
verzopen 3
weversknopen 4
zopen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderlopen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. L 3
  7. O 1
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderlopen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. L 3
  7. O 1
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderlopen in het kort

onderlopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van onderlopen zijn 111 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onderlopen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onderlopen: zich vullen met water
Deel onderlopen — standaardnederlands.nl