gaanderij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- overdekte zuilengang die aan één kant open is, galerij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaanderijen | meervoud |
| gaanderijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gaanderijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zuilengang’ voor het eerst aangetroffen in 1804
Woordfamilie van gaanderij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaanderijen | meervoud | gaanderij |
| gaanderijtje | verkleinwoord | gaanderij |
| gaanderijtjes | verkleinwoord meervoud | gaanderij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaanderij zijn vastgelegd.