carillon
zelfstandig naamwoord karɪl'jɔnBetekenis
- muziekinstrument, dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
Hoe spreek je carillon uit?
/karɪlˈjɔn/
Carillon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| l | land |
| j | ja |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- muziekinstrument dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| carillonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| carillonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| carillons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klokkenspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van carillon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| carillonnetje | verkleinwoord | carillon |
| carillonnetjes | verkleinwoord meervoud | carillon |
| carillons | meervoud | carillon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van carillon zijn vastgelegd.