chiffon
zelfstandig naamwoord ʃiˈfɔnBetekenis
- hele fijne, doorzichtige zijden stof
- vod, lor
- lompen, vodden
- stukje, hompje
- kladje, snipper
- prul, lor, iets van weinig waarde
- schatje, floddertje (van kinderen, meisjes)
Hoe spreek je chiffon uit?
/ʃiˈfɔn/
Chiffon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| i | riet |
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
van Frans chiffon, in de betekenis van ‘weefsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1900