chalcedon
zelfstandig naamwoord xɑlse'dɔnBetekenis
- een halfedelsteen en een variëteit van kwarts met kleur bijna wit tot lichtblauw of duifblauw, vaak met strepen. De steen wordt ook gevonden in de kleuren appelgroen (chrysopraas genoemd), roze, rood (variëteit carneool), bruin (sarder genoemd) en koperkleur
Hoe spreek je chalcedon uit?
/xɑlseˈdɔn/
Chalcedon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| e | veel |
| d | dak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chalcedonen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘melksteen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1782
Woordfamilie van chalcedon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chalcedonen | meervoud | chalcedon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chalcedon zijn vastgelegd.