pardon
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord pɑrˈdɔnBetekenis
- neemt u mij niet kwalijk.
- iets kwijt schelden.
- bedevaartsprocessie in Bretagne, gehouden ter herdenking van de plaatselijke heiligen
Hoe spreek je pardon uit?
/pɑrˈdɔn/
Pardon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| d | dak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
tussenwerpsel
- drukt een vorm van verontschuldigen uit, voor een vergissing, of in bepaalde situaties als excuus bij voorbaat om zich naar de toegesprokene iets speciaals te permitteren
- drukt onbegrip/verbazing/vertwijfeling uit
zelfstandig naamwoord — neuter
- het kwijtschelden of ontzien van iets, m.n. in het strafrecht neuter
- / bedevaartsprocessie in Bretagne, gehouden ter herdenking van de plaatselijke heiligen masculine, neuter
- excuses
Herkomst
Leenwoord uit het Frans (zie ook pardonner), in de betekenis van ‘tussenwerpsel: excuseer!’ voor het eerst aangetroffen in 1840
Woordfamilie van pardon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pardonnetje | woordvorm | pardon |
| pardonnetjes | meervoud | pardon |
| pardons | meervoud | pardon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pardon zijn vastgelegd.