wagon
zelfstandig naamwoord /ʋa'ɣɔn/Betekenis
- een spoorvoertuig voor het vervoer van goederen
- bij uitbreiding: ieder spoorvoertuig, niet zijnde een locomotief
- bolderkar
Hoe spreek je wagon uit?
/waˈxɔn/
Wagon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wagonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wagonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| wagons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘spoorwagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1835
Woordfamilie van wagon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wagonnetje | verkleinwoord | wagon |
| wagonnetjes | verkleinwoord meervoud | wagon |
| wagons | meervoud | wagon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wagon zijn vastgelegd.