marron
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord mɑˈrɔnBetekenis
- (Suriname) zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
- (Suriname) iemand die afstamt van zwarten die uit slavernij naar de wildernis waren ontsnapt
- kastanjebruin, een kleur met RAL-nummer 8015
- (Frans Guyana) , iemand uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
- illegaal drukwerk
- verwilderd (van dieren of planten)
- ontsnapt (van een slaaf)
- nep, malafide, onbetrouwbaar
- grote kastanje, vrucht van de tamme kastanje; in het bijzonder de variëteit afkomstig uit een schil die maar één vrucht bevat
- mep, klap, muilpeer
- kastanjebruin
Hoe spreek je marron uit?
/mɑˈrɔn/
Marron bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
- iemand die afstamt van zwarten die uit slavernij naar de wildernis waren ontsnapt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marrons | meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- grote kastanje, vrucht van de tamme kastanje, Castanea sativa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marrons | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- kastanjebruin, in een bepaalde tint, vergelijkbaar met RAL-nummer 8015 ( )
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontvluchte slaaf, bosneger’ voor het eerst aangetroffen in 1770
Woordfamilie van marron
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| marrons | meervoud | marron |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marron zijn vastgelegd.