klokkentoren
zelfstandig naamwoord ˈklɔkə(n)ˌtorə(n)Betekenis
- smal hoog bouwwerk met bovenin een of meer lui- of slagklokken of een carillon
- smal hoog bouwwerk met bovenin een of meer wijzerplaten van een uurwerk
Hoe spreek je klokkentoren uit?
/ˈklɔkənˌtorən/
Klokkentoren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɔ | bot |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klokkentorens | meervoud |
| klokkentorentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klokkentorentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands clockentoorn / clocktoorn, op te vatten als samenstelling van klok zn en toren zn met het invoegsel -en- De oorspronkelijke betekenis heeft betrekking op luidklokken, de tweede betekenis die verwijst naar uurwerken is pas later ontstaan.
Woordfamilie van klokkentoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klokkentorens | meervoud | klokkentoren |
| klokkentorentje | verkleinwoord | klokkentoren |
| klokkentorentjes | verkleinwoord meervoud | klokkentoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klokkentoren zijn vastgelegd.