bron
zelfstandig naamwoord brɔnBetekenis
- daar waar men informatie vandaan haalt
- het begin van een waterloop
- een plaats waar water uit de grond komt
- borst
- bijna
Hoe spreek je bron uit?
/brɔn/
Bron bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- de oorzaak van iets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bronnen | meervoud |
| bronnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bronnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘uit de grond opwellend water’ voor het eerst aangetroffen in 1605
Woordfamilie van bron
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bronnen | meervoud | bron |
| bronnetje | verkleinwoord | bron |
| bronnetjes | verkleinwoord meervoud | bron |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bron zijn vastgelegd.