coupon
zelfstandig naamwoord kuˈpɔnBetekenis
- een papieren strookje dat recht geeft op korting bij aankoop van een product
Hoe spreek je coupon uit?
/kuˈpɔn/
Coupon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| u | boek |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een overschot van een stuk geweven stof, dat in zijn geheel (tegen verminderde prijs) te koop is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| couponnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| couponnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| coupons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewijsbon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1775
Woordfamilie van coupon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| couponnetje | verkleinwoord | coupon |
| couponnetjes | verkleinwoord meervoud | coupon |
| coupons | meervoud | coupon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coupon zijn vastgelegd.