magnetron
zelfstandig naamwoord mɑxneˈtrɔnBetekenis
- toestel waarin met zeer korte en gerichte elektromagnetische golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt
- speciaal type elektronenbuis, dat onder andere in bovenstaande oven gebruikt wordt
- een elektronenbuis die door middel van trilholtes en een magneetveld hoogfrequente elektromagnetische velden kan opwekken
Hoe spreek je magnetron uit?
/mɑxneˈtrɔn/
Magnetron bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| n | nek |
| e | veel |
| t | tak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| magnetronnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| magnetronnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| magnetrons | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘oven waarin voedsel door elektromagnetische golven verhit wordt’ voor het eerst aangetroffen in 1987
Woordfamilie van magnetron
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| magnetronnetje | verkleinwoord | magnetron |
| magnetronnetjes | verkleinwoord meervoud | magnetron |
| magnetrons | meervoud | magnetron |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magnetron zijn vastgelegd.