karton
zelfstandig naamwoord /kɑrˈtɔn/Betekenis
- dik, uit enige laag|lagen bestaand bordpapier
- bordpapieren verpakking
- bordpapier
Hoe spreek je karton uit?
/kɑrˈtɔn/
Karton bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- dik, uit enige lagen bestaand bordpapier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kartonnen | enkelvoud |
| kartonnetje | verkleinwoord |
| kartonnetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| kartons | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bordpapier’ voor het eerst aangetroffen in 1790
Woordfamilie van karton
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kartonnetje | verkleinwoord | karton |
| kartonnetjes | verkleinwoord | karton |
| kartons | enkelvoud | karton |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van karton zijn vastgelegd.