horizon
zelfstandig naamwoord ˈhoriˌzɔnBetekenis
- de denkbeeldige lijn tot waar men het aardoppervlak kan zien en waar het aardoppervlak en de lucht elkaar lijken te raken
Hoe spreek je horizon uit?
/ˈhoriˌzɔn/
Horizon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| i | riet |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- denkbeeldige lijn tot waar men het aardoppervlak kan zien en waar het aardoppervlak en de lucht elkaar lijken te raken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Herkomst
van Latijn horizon, in de betekenis van ‘gezichtseinder’ aangetroffen vanaf 1598; verder te herleiden tot Oudgrieks ὁρίζων (horízoon), waarvan de betekenis ook al "gezichtseinder" was
Woordfamilie van horizon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| horizonnen | meervoud | horizon |
| horizons | meervoud | horizon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van horizon zijn vastgelegd.