station
zelfstandig naamwoord /stɑ.ˈʃɔn/Betekenis
- plaats waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen
- stationsgebouw
- pleisterplaats aan een postweg waar men de paarden omwisselde
- standplaats die aan oorlogsschepen die een bewakende taak hadden werd toegewezen
- een zender die radio- of televisieprogramma's uitzendt
- opening in een cd-speler of pc waar de schijf in geplaatst moet worden
- plaats om in of uit een kermisattractie te stappen
- christelijk-gereformeerde gemeente in wording
- gebied dat (vooral) gebruikt wordt voor het fokken van grazend vee, m.n. in Australië
- meer algemeen: inrichting waar iets gebeurt (zoals een fokstation, keuringsstation etc.)
- plaatsen, stationeren
- standplaats
- positie
- station 1, halte, treinhalte
- politiebureau
- brandweerkazerne
- radiostation
- observatiepost
- elektriciteitscentrale
- basis 2 (militair)
- habitat, biotoop
- stilstand, onderbreking, pauze
- station 1, halte
- plaats, positie
- lichaamshouding
- station
Hoe spreek je station uit?
/stɑˈʃɔn/
Station bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| ʃ | sjaal |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een bepaalde fase in een proces
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stationnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stationnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| stations | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. Eerder was in het Nederlands vooral statie gebruikelijk (analoog aan andere leenwoorden uit het Frans eindigend op -ion). In de betekenis van ‘plaats waar treinen stoppen’ in het Nederlands voor het eerst aangetroffen in het jaar 1839
Woordfamilie van station
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stationnetje | verkleinwoord | station |
| stationnetjes | verkleinwoord meervoud | station |
| stations | meervoud | station |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van station zijn vastgelegd.