spion
zelfstandig naamwoord spiˈjɔnBetekenis
- persoon die vertrouwelijke informatie vergaart in een ander land in opdracht van zijn/haar regering
- iets dat vertrouwelijke informatie vergaart in opdracht van overheden en bedrijven
Hoe spreek je spion uit?
/spiˈjɔn/
Spion bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| j | ja |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spionnen | meervoud |
| spionnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spionnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verspieder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1653
Woordfamilie van spion
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spionnen | meervoud | spion |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spion zijn vastgelegd.