treinstation
zelfstandig naamwoord ˈtrɛinstaˌʃɔnBetekenis
- een plaats waar treinen stoppen en vertrekken en de reizigers kunnen in-, uit- en overstappen en/of goederen kunnen worden verladen
Hoe spreek je treinstation uit?
/ˈtrɛinstaˌʃɔn/
Treinstation bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| s | sok |
| a | maan |
| ʃ | sjaal |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| treinstations | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trein en station
Woordfamilie van treinstation
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| treinstations | meervoud | treinstation |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van treinstation zijn vastgelegd.