bezaan
zelfstandig naamwoord beˈzanBetekenis
- de langsgetuigde, achterste mast van een zeilschip
- het zeil in de achterste mast van een zeilschip
Hoe spreek je bezaan uit?
/beˈzan/
Bezaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| z | zon |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bezaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| bezanen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘achterste gaffelzeil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1480
Woordfamilie van bezaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezaantjes | verkleinwoord meervoud | bezaan |
| bezanen | meervoud | bezaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezaan zijn vastgelegd.