aap
zelfstandig naamwoord apBetekenis
- het meest met de mens verwante vierhandige zoogdier uit de orde der primaten
- deugniet, ondeugend persoon
- min of meer vierkant zeil dat op oude zeilschepen gebruikt werd om meer zeil bij te zetten
- een zoogdier uit de orde der primaten
- metaforisch voor een zich primitief gedragende mens
aap in een zin
- In de dierentuin klom een aap tot boven in de boom.
- Die kleine aap heeft de hele koektrommel leeggegeten.
- De apen zaten elkaar door het hele verblijf achterna.
Hoe spreek je aap uit?
/ap/
Aap bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor soorten uit de orde primaten (Primates) waartoe ook de mens behoort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aapjes | verkleinwoord, meervoud |
| apen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands aep, in de betekenis van ‘primaat’ voor het eerst aangetroffen in 1451