basset
zelfstandig naamwoord bɑˈsɛtBetekenis
- gevlekte 'drijvende' jachthond met korte poten en hangoren
Hoe spreek je basset uit?
/bɑˈsɛt/
Basset bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bassets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1865
Woordfamilie van basset
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bassets | meervoud | basset |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basset zijn vastgelegd.