bobtail
zelfstandig naamwoord 'bɔptelBetekenis
- een (Engelse) hond om schapen te hoeden
Hoe spreek je bobtail uit?
/ˈbɔptel/
Bobtail bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| t | tak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Engels hondenras om schapen te hoeden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bobtails | meervoud |
Herkomst
hondenras met een kort staartje
Woordfamilie van bobtail
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bobtails | meervoud | bobtail |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bobtail zijn vastgelegd.