achterstaan
werkwoord ˈɑxtərˌstanBetekenis
- in een wedstrijd op verlies staan
- iemand ondersteunen
Hoe spreek je achterstaan uit?
/ˈɑxtərˌstan/
Achterstaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van achterstaan
achterstaanhele werkwoord — stond achterverleden tijd enkelvoud — stonden achterverleden tijd meervoud — achtergestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sta achter | stond achter |
| jij | staat achter | stond achter |
| hij, zij, het | staat achter | stond achter |
| wij | staan achter | stonden achter |
| jullie | staan achter | stonden achter |
| zij | staan achter | stonden achter |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achter te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achter te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achter zal staan | bijzin, toekomende tijd |
| achter zou staan | bijzin, voorwaardelijk |
| achter zouden staan | bijzin, voorwaardelijk |
| achter zoudt staan | bijzin, voorwaardelijk |
| achter zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achter zullen staan | bijzin, toekomende tijd |
| achter zult staan | bijzin, toekomende tijd |
| achtergestaan | verleden tijd, deelwoord |
| achtergestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achtergestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achtersta | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achterstaand | onvoltooid, deelwoord |
| achterstaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achterstond | bijzin, verleden tijd |
| achterstonden | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had achtergestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had achtergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had achtergestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden achtergestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden achtergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden achtergestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt achtergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben achtergestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft achtergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sta achter | gebiedende wijs |
| stond achter | verleden tijd |
| te hebben achtergestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achterstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achterstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zou achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achterstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) achterstaan achter zou(dt) staan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achterstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achtergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achterstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achterstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achterstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult achtergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achterstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achterstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal achterstaan achter zult/zal staan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achter en staan
Woordfamilie van achterstaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achtergestaan | voltooid deelwoord | achterstaan |
| achtersta | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achterstaan |
| achterstaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achterstaan |
| achterstond | subordinate-clause, verleden tijd | achterstaan |
| achterstonden | subordinate-clause, verleden tijd | achterstaan |
| sta achter | gebiedende wijs | achterstaan |
| staan achter | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achterstaan |
| staat achter | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achterstaan |
| stond achter | verleden tijd | achterstaan |
| stonden achter | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achterstaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterstaan zijn vastgelegd.