Naar de inhoud

accelereren

versnellen

accelereren

werkwoord

Betekenis

  1. versnellen
  2. optrekken

Vervoeging van accelereren

accelererenhele werkwoord — accelereerdeverleden tijd enkelvoud — accelereerdenverleden tijd meervoud — geaccelereerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik accelereer accelereerde
jij accelereert accelereerde
hij, zij, het accelereert accelereerde
wij accelereren accelereerden
jullie accelereren accelereerden
zij accelereren accelereerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
accelereer gebiedende wijs
accelereerde verleden tijd
accelerere aanvoegende wijs
accelererend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geaccelereerd verleden tijd, deelwoord
geaccelereerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccelereerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geaccelereerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geaccelereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geaccelereerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geaccelereerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geaccelereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geaccelereerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geaccelereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaccelereerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaccelereerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te accelereren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geaccelereerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen accelereren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt accelereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geaccelereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen accelereren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult accelereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geaccelereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versnellen’ voor het eerst aangetroffen in 1553

Woordfamilie van accelereren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
accelereer gebiedende wijs accelereren
accelereerde verleden tijd accelereren
accelereerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon accelereren
accelereert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon accelereren
accelerere aanvoegende wijs accelereren
accelererend onvoltooid deelwoord accelereren
accelererende woordvorm accelereren
geaccelereerd voltooid deelwoord accelereren
geaccelereerde woordvorm accelereren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accelereren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over accelereren

Wat is de betekenis van accelereren?
Accelereren is een werkwoord. De betekenis is: versnellen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik accelereren?
Zo vervoeg je accelereren zo: de tegenwoordige tijd is accelereer, de verleden tijd is accelereerde en het voltooid deelwoord is geaccelereerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord accelereren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. C 5
  3. C 5
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

accelereren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. C 5
  3. C 5
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

accelereren in het kort

accelereren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van accelereren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort accelereren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

accelereren: versnellen
Deel accelereren — standaardnederlands.nl