Naar de inhoud

vooruithelpen

helpen om verder te komen

vooruithelpen

werkwoord

Betekenis

  1. helpen om verder te komen

Vervoeging van vooruithelpen

vooruithelpenhele werkwoord — hielp vooruitverleden tijd enkelvoud — hielpen vooruitverleden tijd meervoud — vooruitgeholpenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik help vooruit hielp vooruit
jij helpt vooruit hielp vooruit
hij, zij, het helpt vooruit hielp vooruit
wij helpen vooruit hielpen vooruit
jullie helpen vooruit hielpen vooruit
zij helpen vooruit hielpen vooruit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vooruitgeholpen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vooruitgeholpen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vooruitgeholpen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vooruitgeholpen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vooruitgeholpen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vooruitgeholpen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vooruitgeholpen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vooruitgeholpen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vooruitgeholpen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
help vooruit gebiedende wijs
hielp vooruit verleden tijd
is vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vooruitgeholpen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vooruithelpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruit te helpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vooruit te zullen helpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruit zal helpen bijzin, toekomende tijd
vooruit zou helpen bijzin, voorwaardelijk
vooruit zouden helpen bijzin, voorwaardelijk
vooruit zoudt helpen bijzin, voorwaardelijk
vooruit zullen helpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruit zullen helpen bijzin, toekomende tijd
vooruit zult helpen bijzin, toekomende tijd
vooruitgeholpen verleden tijd, deelwoord
vooruitgeholpen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vooruitgeholpen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vooruitgeholpen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruitgeholpen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruitgeholpen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruitgeholpen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vooruitgeholpen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vooruitgeholpen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruitgeholpen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruitgeholpen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruithelp bijzin, tegenwoordige tijd
vooruithelpend onvoltooid, deelwoord
vooruithelpt bijzin, tegenwoordige tijd
vooruithielp bijzin, verleden tijd
vooruithielpen bijzin, verleden tijd
waart vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vooruitgeholpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vooruitgeholpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vooruitgeholpen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vooruitgeholpen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vooruithelpen bijzin, toekomende tijd
zijn vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vooruitgeholpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vooruithelpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vooruithelpen vooruit zou(dt) helpen bijzin, voorwaardelijk
zouden vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vooruithelpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt vooruitgeholpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vooruitgeholpen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vooruithelpen bijzin, voorwaardelijk
zullen vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vooruitgeholpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vooruitgeholpen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vooruitgeholpen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vooruitgeholpen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vooruithelpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vooruithelpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vooruithelpen bijzin, toekomende tijd
zult vooruitgeholpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van vooruit en helpen

Woordfamilie van vooruithelpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
help vooruit gebiedende wijs vooruithelpen
helpe vooruit woordvorm vooruithelpen
helpen vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vooruithelpen
helpt vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vooruithelpen
hielp vooruit verleden tijd vooruithelpen
hielpen vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vooruithelpen
vooruitgeholpen voltooid deelwoord vooruithelpen
vooruithelp subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooruithelpen
vooruithelpe with-subordinate-clause vooruithelpen
vooruithelpend onvoltooid deelwoord vooruithelpen
vooruithelpende woordvorm vooruithelpen
vooruithelpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooruithelpen
vooruithielp subordinate-clause, verleden tijd vooruithelpen
vooruithielpen subordinate-clause, verleden tijd vooruithelpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooruithelpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vooruithelpen

Wat betekent vooruithelpen?
Vooruithelpen is een werkwoord. Het woord betekent: helpen om verder te komen.
Hoe vervoeg je vooruithelpen?
Je vervoegt vooruithelpen als volgt: het voltooid deelwoord is vooruitgeholpen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vooruithelpen is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. H 4
  9. E 1
  10. L 3
  11. P 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vooruithelpen levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. H 4
  9. E 1
  10. L 3
  11. P 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vooruithelpen in het kort

vooruithelpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vooruithelpen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vooruithelpen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vooruithelpen: helpen om verder te komen
Deel vooruithelpen — standaardnederlands.nl