Naar de inhoud

vooruitgaan

naar voren gaan

vooruitgaan

werkwoord vorˈœytxan

Betekenis

  1. naar voren gaan
  2. vooruitgang boeken, vorderingen maken
  3. enige tijd van tevoren gaan

Hoe spreek je vooruitgaan uit?

/vorˈœytxan/

Vooruitgaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vorˈœytxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
œy huis
t tak
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vooruitgaan

vooruitgaanhele werkwoord — ging vooruitverleden tijd enkelvoud — gingen vooruitverleden tijd meervoud — vooruitgegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga vooruit ging vooruit
jij gaat vooruit ging vooruit
hij, zij, het gaat vooruit ging vooruit
wij gaan vooruit gingen vooruit
jullie gaan vooruit gingen vooruit
zij gaan vooruit gingen vooruit
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga vooruit gebiedende wijs
ging vooruit verleden tijd
is vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn vooruitgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vooruitgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruit te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vooruit te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruit zal gaan bijzin, toekomende tijd
vooruit zou gaan bijzin, voorwaardelijk
vooruit zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
vooruit zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
vooruit zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruit zullen gaan bijzin, toekomende tijd
vooruit zult gaan bijzin, toekomende tijd
vooruitga bijzin, tegenwoordige tijd
vooruitgaand onvoltooid, deelwoord
vooruitgaat bijzin, tegenwoordige tijd
vooruitgegaan verleden tijd, deelwoord
vooruitgegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruitgegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruitging bijzin, verleden tijd
vooruitgingen bijzin, verleden tijd
vooruitgingt bijzin, verleden tijd
waart vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vooruitgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vooruitgaan bijzin, toekomende tijd
zal vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vooruitgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vooruitgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vooruitgaan bijzin, voorwaardelijk
zou vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) vooruitgaan vooruit zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vooruitgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vooruitgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt vooruitgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vooruitgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vooruitgaan bijzin, toekomende tijd
zullen vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vooruitgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vooruitgaan bijzin, toekomende tijd
zult vooruitgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal vooruitgaan vooruit zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van vooruit bw en gaan ww

Woordfamilie van vooruitgaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga vooruit gebiedende wijs vooruitgaan
gaan vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vooruitgaan
gaat vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vooruitgaan
ging vooruit verleden tijd vooruitgaan
gingen vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vooruitgaan
vooruitga subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooruitgaan
vooruitgaand onvoltooid deelwoord vooruitgaan
vooruitgaande woordvorm vooruitgaan
vooruitgaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooruitgaan
vooruitgegaan voltooid deelwoord vooruitgaan
vooruitging subordinate-clause, verleden tijd vooruitgaan
vooruitgingen subordinate-clause, verleden tijd vooruitgaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooruitgaan zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vooruitgaan

Hoe spreek ik vooruitgaan uit?
Zo spreek je vooruitgaan uit: /vorˈœytxan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van vooruitgaan?
Vooruitgaan is een werkwoord. De betekenis is: naar voren gaan. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vooruitgaan?
Zo vervoeg je vooruitgaan zo: het voltooid deelwoord is vooruitgegaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vooruitgaan?

In dit woordenboek rijmen 3 woorden op -ruitgaan op vooruitgaan, zoals uitgaan, achteruitgaan en onderuitgaan. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vooruitgaan, uitspraak vorˈœytxan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
uitgaan 2
achteruitgaan 4
onderuitgaan 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vooruitgaan is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. G 3
  9. A 1
  10. A 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vooruitgaan levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. G 3
  9. A 1
  10. A 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vooruitgaan in het kort

vooruitgaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vooruitgaan staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vooruitgaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vooruitgaan: naar voren gaan
Deel vooruitgaan — standaardnederlands.nl